A Conversation with the past for the future - MEER VERHALEN

Hier vind je de teksten en audiofragmenten die samen de kunstinstallatie vormen, evenals meer informatie over de portretten die erin worden tentoongesteld. Dit zijn verhalen uit de voorstelling Forget to Remember. Daarnaast is er een kort intersief workshoptraject geweest in samenwerking met X_YUSUF_BOSS en Diaconie in Stad waarbij aanvullende verhalen uit de stad en persoonlijke verhalen van deelnemers zijn opgehaald. Op deze pagina zijn ze allemaal te vinden. Door middel van een sfeervolle installatie van vlaggen en audiofragmenten nodigt het een breed publiek uit om zich te verbinden met gedeelde geschiedenissen en persoonlijke verhalen.
Jomecia Oosterwolde
Jomecia en Jörgen UNOM
Soraya Reichi & Milly

Als onderdeel van de performance Returning the Gaze die Sites of Memory in 2022 realiseerde, werden 130 portretten op stof gedrukt en tentoongesteld op het Abdijplein in Middelburg. Dit herdenkingsgebaar eerde 130 tot slaaf gemaakte mannen, vrouwen en kinderen uit Angola die daar in 1596 gedwongen moesten staan. Zij waren gevangenen aan boord van het schip van koopman Pieter van der Hagen en kapitein Melchior van den Kerckhoven. Op 18 november werd een kijkdag georganiseerd op het Abdijplein, waarbij zij aan de inwoners van de stad werden getoond. Als gedoopte christenen konden ze in vrijheid leven, maar twee weken later werden ze opnieuw tot slaaf gemaakt door de regering van de Republiek der Nederlanden. Na ruim 6 maanden gevangenschap in Middelburg werden ze weer aan boord genomen en verkocht in West-Indië. Omdat er geen namen of afbeeldingen van hen bewaard zijn gebleven, worden hun gelijkenissen weergegeven als silhouetten, waardoor ze aanwezigheid en waardigheid krijgen. Achter elk gezicht bevindt zich een lusona, zandtekeningen die door het Chokwe-volk uit Angola als geheugensteuntje worden gebruikt om spreekwoorden, fabels, spelletjes, raadsels en dieren te onthouden en kennis over te dragen. Er worden vijf verschillende lusona gebruikt, namelijk schepping, huwelijk, vriendschap, schildpad en antilope. Geneeskrachtige planten omlijsten de onderkant van elk silhouet.


Asih Nije-Sungkono & Ruth Ruijgers

Laksamana Kumahayalati (1550-1615) was de eerste vrouwelijke admiraal van de marine van het Sultanaat van Aceh, dat het gebied van het huidige Aceh, Sumatra in Indonesië, regeerde. Met haar leger van weduwen, de Inong Balee, vocht zij tegen de Nederlanders en de Portugezen. Sitie, van wie geen achternaam of geboortedatum of overlijdensdatum bekend is, werd in mei 1752 van Zuid-Celebes (het huidige Sulawesi, Indonesië) naar Utrecht in Nederland gebracht. Daar diende zij in het huishouden van Joan Gideon Loten, die een lange carrière had bij de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), waaronder een functie als gouverneur van Makassar. Sitie werd van Makassar naar Batavia vervoerd en reisde vervolgens naar Nederland. Een vriend van Loten noemde haar het mooiste meisje van Makassar. Raden Adjeng Kartini (1879-1904) was een adellijke vrouw van Java, Indonesië. In haar gepubliceerde artikelen en in brieven aan Nederlandse vrienden deelde zij haar opvattingen over de oneerlijke behandeling van vrouwen, het gebrek aan onderwijs voor meisjes en koloniale ongelijkheid. Kartini verzette zich fel tegen polygamie. Samen met drie van haar zusters richtte zij scholen voor meisjes op, die later bekend werden als de Kartini-scholen. Siti Aminah (1919–1983) was de grootmoeder van Asih Nije-Sungkono, danseres, pencak silat-specialiste en verteller in Forget to Remember. Siti Aminah groeide op op het eiland Java, Indonesië. In haar jongere jaren was zij actief in verschillende vrouwenbewegingen. Zij trouwde met Sukrisno, een journalist die onder het regime van Sukarno (de eerste president van Indonesië) ambassadeur werd. Na de staatsgreep van Suharto en zijn leger in 1965 vluchtte Siti Aminah met haar kinderen naar China via Vietnam (waar haar man gestationeerd was). Als zij niet was gevlucht, zou zij waarschijnlijk door het leger zijn gearresteerd of geëxecuteerd. Siti Krisnowati (1949) is de moeder van Asih Nije-Sungkono, danseres, pencak silat-specialiste en verteller in Forget to Remember. Op 16-jarige leeftijd fietste Siti Krisnowati zelfstandig naar de Vietnamese ambassade in Jakarta, Indonesië, om de vlucht van haar familie te regelen. Eenmaal in China leefden zij daar vele jaren samen met andere Indonesische mensen, allen staatloos, omdat ze het oneens waren met de nieuwe regering. In 1981 kwam zij met haar man en zoon naar Nederland. Zij sprak geen Nederlands en haar medische diploma werd niet erkend. In een nieuw land en een andere cultuur voedde zij haar kinderen op met Indonesische normen en waarden, zodat ze hun wortels niet zouden vergeten. Nu geniet zij van haar twee kleinkinderen, de tweede generatie geboren in Nederland. Ook zij, met een lichtere huid en bruin haar, voelen nog steeds verbondenheid met Indonesië.


Jemaya Douwes & Wulan Dumatubun

Ida I Dewa Agung Istri Kanya (1799-1868), koning van Klungkung op Bali, Indonesië, was een briljante strateeg en legergeneraal in de strijd tegen de Nederlanders. Zij had ook grote invloed op kunst en literatuur als schrijfster en componiste en inspireerde de zelfstandigheid en creativiteit van vrouwen. Ze stond ook bekend als Ratu Perawan, de Maagdkoningin, omdat ze weigerde te trouwen.​ Anda Kerkhoven (1919–1945) werd geboren in Saint Cloud, Frankrijk, en groeide op in Indonesië. Ze studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als uitgesproken pacifist sloot zij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aan bij de vreedzame verzetsgroep De Groot, waar zij werkte als koerier, documenten vervalste en mensen hielp onderduiken. Anda werd gearresteerd, gemarteld en op 19 maart 1945 geëxecuteerd door de Sicherheistdienst in Glimmen.​ Helena Pieters (? – 1759) was een vrouw van Celebes, het huidige Sulawesi in Indonesië. Zij werd tot slaaf gemaakt en geschonken aan Gustaaf Willem Baron van Imhoff. Hij bevrijdde haar, en zij werd zijn dienstbode en njai – zijn minnares. De naam Helena Pieters kreeg zij bij haar doop; haar eigen naam is niet gedocumenteerd. Zij kreeg vier kinderen met Van Imhoff, die huwden in de Groningse adel en lokale gouverneurs en burgemeesters werden. Helena Pieters wordt beschouwd als een van de stammoeders van Groningen. Zij overleed op 3 september 1759 in Batavia, het huidige Jakarta, Indonesië. Maria Theresia Dumatubun – Surojo (1918–2008), moeder van Wulan Dumatubun, muzikant, danser en verteller in Forget to Remember. Zij kwam in 1951 met haar man, een KNIL-soldaat, en dochter vanuit Indonesië naar Nederland. Zij werden ondergebracht in kamp Westerbork.


Tieka Masfar & Cecilia Rizal

Siti Katiding (1859–1963), over-overgrootmoeder van Tieka Masfar, performer en verteller in Forget to Remember. Siti Katiding was vier keer getrouwd en leefde in een matriarchaat, wat ook betekende dat zij land veiligstelde voor zichzelf en haar dochter. Ze was mooi en zeer beroemd in Padang, Indonesië. Ze was een koppelaar en regelde het huwelijk van Tieka’s overgrootmoeder en overgrootvader, Omi en Opi. Ze werd meer dan honderd jaar oud. Nurleila Nur (1926–2003), grootmoeder van Tieka Masfar, performer en verteller in Forget to Remember. Toen haar man thuis kwam met een andere vrouw, vertrok zij. Ze had geen interesse om eigenaarsschap van het land te claimen en besloot voor zichzelf te werken. Vanuit Padang verhuisde ze naar Jakarta en werkte in een Nederlandse fabriek. Ze sprak vloeiend Nederlands, schreef brieven met Tieka en zei altijd dat zij haar vader moest laten bidden. Aurelia Lily Nelmida (1946), moeder van Tieka Masfar, performer en verteller in Forget to Remember. Geboren als middelste kind in Luna La Union, Filipijnen. Op 17-jarige leeftijd verhuisde ze naar de stad Manila om te werken aan de Women’s University, waar ze tegelijkertijd lessen kon volgen. De weg was lang, maar ze voltooide haar studie. In de jaren ’70 kreeg ze de kans om in Amsterdam, Nederland, te werken met een groep Filipijnse vrouwen. Ze bleef hier en kon met hard werken, toewijding en liefde haar familie uit de armoede halen. Dit was haar missie in het leven en ze bleef altijd koers houden. Cipriana Nuval Nelmida (1916–1993), grootmoeder van Tieka Masfar, performer en verteller in Forget to Remember. Ze woonde in Luna La Union, Filipijnen, en kreeg negen kinderen: twee zonen en zeven dochters. Tieka’s moeder was de vierde dochter en zij heeft slechts één broer ontmoet. Cipriana was de vriendelijkste vrouw. Ze heeft veel doorstaan en opgeofferd, maar had altijd ruimte voor liefde. Johana Amin (1923–2008), grootmoeder van Cecilia Rizal, deelnemer aan de workshop A Conversation with the Past for the Future. Johana Amin werd geboren in Sumatra, Indonesië, en was zachtmoedig, hoffelijk, geduldig en gul. Ze was een toegewijde vrouw en moeder van haar zeven kinderen en belichaamde vrede en harmonie. Ze gaf goed advies aan vrouwen die huwelijksproblemen hadden en werkte vrijwillig als adviseur bij een juridisch hulppunt voor vrouwen en gezinnen. Ze knipte vredesduiven uit papier met woorden van wijsheid en gaf deze weg aan iedereen die haar huis in Jakarta, Indonesië, bezocht.


Dickey Bos & Nicchelle Buyne
Paula Breuning & Sadie Delintzis
-

Cervina van Moors (? – 1695) was een tot slaaf gemaakte vrouw die diende in het huishouden van Hendrik Adriaan van Reede tot Drakenstein, heer van Mijdrecht. De naam Cervina van Moors kreeg zij bij haar doop; haar eigen naam is niet gedocumenteerd. Zij is begraven in de Buurkerk in Utrecht, nu het Museum Speelklok tot Pierement. Susanna Dumion (1713 – 1818) werd geboren in Suriname en was tot slaaf gemaakt op plantage Het Vertrouwen. Rond 1743 werd zij door haar eigenaresse Maria Lespinasse-Tauney meegenomen naar Nederland en diende daar het gezin, eerst in Amsterdam en later in Haarlem. Ter gelegenheid van haar 100ste verjaardag werd een portret van haar gemaakt dat nu deel uitmaakt van de collectie van het Teylers Museum. De naam Susanna Dumion kreeg zij bij haar doop; haar eigen naam is niet gedocumenteerd. Zij overleed op 12 november 1818 op 105-jarige leeftijd en is begraven in de Bavokerk in Haarlem. Dora Fauca, van wie geen geboortedatum of overlijdensdatum bekend is, was een vrije zwarte vrouw uit de Verenigde Staten die in Haarlem woonde en opkwam voor haar eigen rechten. Ze had zeven jaar gewacht op ‘het jaarlijkse loon als dienstmeid’ en op de nalatenschap van 100 gulden die in het testament was beloofd door Wesselius Brouwer, voor wie zij tot 1764 had gewerkt. Fauca had al haar loon nodig voor haar levensonderhoud en vroeg daarom om hulp om een zaak aan te spannen tegen de executeurs van Brouwers testament. We weten nog niet hoe Fauca’s verzoek is afgehandeld. Sojourner Truth (1797/1800 – 1883), geboren als Isabella Bomefree, was een Amerikaanse abolitioniste en activiste voor de burgerrechten van Afro-Amerikanen en voor vrouwenrechten. Ze werd geboren in slavernij op het landgoed Hardenbergh in Swartekill, New York, waar ze Nederlands sprak. Meerdere keren verkocht aan verschillende slaveneigenaren werd ze wreed behandeld, maar nooit gebroken. In 1827 ontsnapte zij en sloot zich aan bij de anti-slavernij- en vrouwenbewegingen, nam de naam Sojourner Truth aan en reisde door het land om te prediken over de afschaffing van de slavernij. Haar toespraak “Ain’t I a Woman?” werd een van de beroemdste toespraken van de abolitionistische beweging. Zij overleed op 26 november 1883 in Michigan, VS. Hennah Buyne (1952 – 2012) was een Nederlandse politica en rechter. Ze werd geboren in Paramaribo, Suriname, en verhuisde op negenjarige leeftijd naar Nederland. Ze studeerde rechten en werd de eerste zwarte vrouw die als officier van justitie werkte in Groningen. Ook werd zij de eerste zwarte vrouw die rechter werd in Nederland, werkzaam in Groningen, Amsterdam en Arnhem op civiel- en strafzaken.


Nina Ashley Bach & Jomecia Oosterwolde

Ma Pansa (ca. 1700 – 1775/1780) is de voorouderlijke moeder van de Saamaka, een Marrongemeenschap in Suriname. Ze werd geboren op plantage Hebron in Suriname en was tot slaaf gemaakt. Rond 1739 ontsnapte ze naar het regenwoud met rijstzaadjes in haar haar gevlochten, waarmee ze voedsel en landbouwkennis bracht naar de Saamaka. Ma Pansa zorgde voor het overleven en de vrijheid van haar gemeenschap en de vele generaties die na haar kwamen.
Petronella de Moor (1753 – 1833) kwam uit Paramaribo, Suriname. Ze werd tot slaaf gemaakt door Abraham Lemmers, die haar in 1766 meenam naar Nederland toen ze twaalf of dertien jaar oud was. In 1773 werd ze opnieuw meegenomen naar Nederland door Dorothea Maria Kulenkamp, weduwe van Nicolaas Lemmers, tante van Abraham Lemmers, en ze leefde de rest van haar leven in Haarlem, waar ze op 20 juli 1833 overleed. De naam Petronella de Moor kreeg zij bij haar doop; haar eigen naam is niet gedocumenteerd.
​Ivy Clark (1925 – 1980), grootmoeder van Jomecia Oosterwolde, choreograaf, danser en verteller in Forget to Remember. Ivy Clark was een van de eerste immigranten uit Suriname na de onafhankelijkheid in 1975. Ze arriveerde in Rotterdam met tien familieleden. Ze kregen een koude en ongewenste ontvangst van de buurt; zwarte mensen waren niet welkom. In de Oleanderstraat stonden veel oude, verwaarloosde huizen die dringend renovatie nodig hadden. De gebouwen waren klein en hadden houten trappen. Hele families waren samengepakt in deze huizen, ook op Oleanderstraat 14. Drie generaties van de familie Oosterwolde woonden in een houten tweekamerappartement. In de nacht van 2 januari 1980 gooide een voorbijganger een brandende sigarettenpeuk door een gebroken raam. Het hele gebouw vatte vlam. De brandweer arriveerde binnen drie minuten, maar was te laat. Niemand van de familie Oosterwolde overleefde. De man die de sigaret gooide werd aangeklaagd voor een haatmisdrijf, maar vrijgesproken na acht maanden omdat hij kon bewijzen dat een sigarettenpeuk een brand van zulke omvang niet had kunnen veroorzaken. Ivy Clark en haar familie werden in Nederland begraven omdat er geen geld was om hun lichamen terug te brengen naar Suriname. Haar zoon, de vader van Jomecia, kwam vanuit Suriname naar Nederland om zijn moeder, broers, zussen, neven en nichten te begraven en bleef daarna in Nederland wonen. Ivy Clarks verhaal is een vroeg voorbeeld van hoe immigranten werden – en vaak nog steeds worden – behandeld in Nederland.
​Pamella Balakrishnan (1968), moeder van Nina Ashley Bach, deelnemer aan de workshop A Conversation with the Past for the Future. Ze werd geboren in Maleisië, als Kadazan Dusun en Tamil Maleisische vrouw, en is een echte gever. Als ze ziet dat iemand worstelt maar het niet wil zeggen, vindt ze manieren om voor die persoon te zorgen zonder zich te schamen. Zoals extra zakken rijst kopen en zeggen dat het een foutje was, vrouwen en hun pasgeborenen in ons huis verzorgen de eerste maanden zodat ze op eigen benen kunnen staan, zonder dat ze het alleen hoeven te doen. Ze vraagt nooit iets terug en zet altijd anderen voor zichzelf. Ze verdient het om ruimte in te nemen en gewoon te zijn.​

Villen Bado Binti Hanggau (1945 – 1996), grootmoeder van Nina Ashley Bach, deelnemer aan de workshop A Conversation with the Past for the Future. Ze was een trotse Kadazan Dusun-vrouw die haar inheemse wijsheid in de kleine dingen bewaarde. Ze kon een maaltijd bereiden met bijna geen ingrediënten en kon, ondanks moeilijke tijden, het verhaal ombuigen. Ze stond altijd klaar om iedereen welkom te heten in de familie en ruimte voor hen te maken. Haar grootmoeder was de genezeres van het dorp; iedereen kwam naar haar voor remedies uit haar tuin om hun kwaal te genezen. Villen Bado Binti Hanggau deed hetzelfde, maar via voeding, en liet niemand honger lijden en bracht gemeenschappen samen op basis van voedsel en verbinding.


Titia Prins & Shishani

Nzinga Mbande (1583 – 1663) was koningin van de Ambundu-koninkrijken Ndongo en Matamba, in het huidige Angola. Als briljante strateeg en militaire leider voerde zij gedurende haar hele regering oorlog tegen de Portugezen, waarbij zij de vrede en soevereiniteit van haar koninkrijken veiligstelde. Eind jaren 1640 sloot zij een alliantie met de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC) om de Portugezen te verslaan. Zij overleed op 17 december 1663 en wordt herinnerd om haar intelligentie, haar politieke en diplomatieke wijsheid en haar militaire tactieken.
Maria Moor van Angola (? – 1655) werd naar Utrecht gebracht, waar zij leefde en werkte, waarschijnlijk in dienst van een gezin. De naam Maria Moor van Angola kreeg zij bij haar doop; haar eigen naam is niet gedocumenteerd. Zij overleed op 17 september 1655 en is begraven in de Buurkerk in Utrecht, nu het Museum Speelklok tot Pierement.​
Nandjigwa Maria (1933 – 2001), grootmoeder van Shishani, singer-songwriter en performer in Forget to Remember. Ze werd geboren in Oniipa, Noord-Namibië, en was de leider van haar paleis: de boerderij. Als moeder van zeven zorgde ze ervoor dat iedereen goed verzorgd werd. Ze leefde tijdens de apartheid, terwijl in het land de bevrijdingsoorlog woedde. Net als veel vrouwen in Namibië was ze een overlevende van huiselijk geweld, wat haar leven en gezondheid beïnvloedde. Ze leerde haar kinderen te vechten voor het leven dat ze willen; en leerde haar dochters niet afhankelijk te zijn van mannen voor hun onderhoud. Ondanks haar strijd herinneren haar kinderen haar als een sterke, vriendelijke, hardwerkende en bedachtzame vrouw.
Mayenge Sarah Ndinelago (1960), moeder van Shishani, singer-songwriter en performer in Forget to Remember. Ze is een doorzetter. Geboren in Ondangwa, was ze een meisje uit een klein stadje met dromen van een grote stad. Opgegroeid tijdens de apartheid, blonk ze uit op school en werd gescout door haar missionarissen-leraren. Ze werd de eerste in haar familie die ging studeren. Ze werd verpleegster en later advocaat. Na 15 jaar in Nederland en België te hebben gewoond, keerde ze terug naar Namibië en werkte ze voor haar regering, waarbij ze de wereld rondreisde. Ze is de moeder van één kind, singer-songwriter Shishani, en gelooft sterk in trouw blijven aan wie je werkelijk bent.