A Conversation with the past for the future - ENSCHEDE

 9 t/m 24 september te bezoeken buiten het stadhuis van Enschede aan de Langestraat

Op deze pagina kan je teksten, audiofragmenten en beelden bezoeken die onderdeel vormen van het project ​A Conversation with the Past for the Future in Enschede. Door middel van een indrukwekkende installatie van vlaggen en audiofragmenten wordt een breed publiek uitgenodigd om zich te verbinden met historische-en persoonlijke verhalen uit de stad. Speciaal voor Enschede zijn er aanvullende portretten en audioverhalen ontwikkeld die de aandacht vestigen op de verbindingen van de stad en regio Twente met het koloniale- en slavernijverleden. Hier vind je deze nieuwe teksten, audiofragmenten en meer informatie over de portretten die erin worden tentoongesteld. Deze installatie is ontwikkeld door Sites of Memory in samenwerking met beeldend kunstenaar Judith Westerveld en dichter/muziekproducent Jörgen Gario en mogelijk gemaakt door Vizier Oost, Gemeente Enschede en Fonds Podiumkunsten.

KOLONIALE-EN SLAVERNIJVERLEDEN ENSCHEDE

Hoewel er in Enschede nog weinig onderzoek is gedaan naar de koloniale geschiedenis, is bekend dat plantage-eigenaren, bewindvoerders van de VOC en WIC, bedrijven en industrieën in de regio directe verbindingen hadden met slavernij. In de 19e en vroege 20e eeuw groeide Enschede uit tot een van de belangrijkste textielcentra van Nederland. De Twentse textielindustrie kon floreren dankzij de toegang tot goedkoop katoen, dat door tot slaaf gemaakte mensen werd geproduceerd en via mondiale handelsnetwerken vanuit Noord-Amerika, Nederlands-Indië (het huidige Indonesië), Suriname en Sint Eustatius naar de regio kwam. Tegelijkertijd werd Twents textiel op grote schaal geëxporteerd naar Nederlands-Indië, waardoor de industriële welvaart van de regio verbonden was met koloniale markten, arbeidssystemen en de uitbreiding van het Nederlandse industriële kapitalisme. Ook ver van de havens was het industriële succes van Enschede diep verweven met het Nederlandse koloniale rijk. De installatie brengt deze historische en persoonlijke verhalen samen en biedt ruimte voor eerlijke reflectie, erkenning en heling.


Katoenpaleis

Mijn opa Jan was zo oud als ik nu, 45 jaar, toen hij directeur werd. Ka Katoen - Ba Baumwolle - Co Cotton. Kabaco BV. Handelend in ruwe balen katoen vanuit Syrië en de Libanon, handelend in kapok vanuit Indonesië. Via schip. Via water. Naar Twente. De katoenbaron kwam vanuit Den Haag naar Twente met zijn katoen barones en hun prinses. Om hun katoen paleis te bouwen op ‘oale grond’.

Mijn opa leerde het handelen in katoen van de familie Frankenhuis; een joodse familie die het handelen in katoen en kapok tot in de puntjes van hun vingers beheerste. Als twintiger in het verzet hielp opa Jan deze familie Frankenhuis met onderduiken in Den Haag. Na de oorlog gaven ze hem als dank alles wat ze nog bezaten; hun kennis in de handel.

Hun kennis maakte hem miljonair. Zij leerden hem de taal van de katoenhandel vloeiend spreken.

‘Woar kommie weg dan?’
‘Van de kruidenier’
Mijn oma, de katoen barones, gekleed in parels, satijnen blouse en linnen, kijkt door haar gouden bril en spreekt met chanel rode lippen.

De dames die haar de vraag stellen lachen hard, hun katoenen schorten schudden van het lachen.
Altijd vreemden op het twentse oale groand, waar ‘henig an’ en ‘ne fool ei bedarf ne heel pankook’, hoogtij vierden.

Later werd de katoen prinses verliefd op een man uit indonesië
De katoenbaron vond het prima al die import maar niet in zijn eigen paleis. Er waren andere plannen, strategieën, prinsen bedacht

En toch kwam ik er.

De wereld leren zien door de ogen van een witte moeder.
Mijn geraamte spreekt de taal van mijn vader, Bahasa, Indonesisch.
Dubbelbloed.
Aangepast om te overleven, gespleten door een handelsweg.
Mijn diepste verhaal is uit de bovenste laag van mijn huid gekamd.
Doorgekamd.
Recht gelegd.
Mijn identiteit ontpit.
Verzonken als zaden die de aarde in worden gedrongen.
Ik ben wit geverfd.
Opgegroeid in het katoenpaleis door Hagenezen op oale groond.


Vrijheidsdrift

VRIJHEIDSDRIFT

Deze is voor hen die niet gehoord, niet gezien maar droegen.
Voor hen die vielen en opstonden, doorgingen of dood.
Geen namen, geen monument, maar ieder verhaal draagt bij.
Geen eindstreep maar altijd een startpunt.
Voor hen die vielen en opstonden, doorgingen of dood.
Ergens trilt de boventoon en vang ik op.
Geen eindstreep maar altijd een startpunt.
Niet zichtbaar maar dragen.
Haal ik de eindstreep?
Vuur voedt de vrijheidsdrift.
Deze is voor hen die niet gehoord, niet gezien maar droegen.
Geen namen, geen monument, maar ieder verhaal draagt bij.

WIT GEVERFD

Ik ontdek steeds meer…hoe het denken in rassen bedacht is om het ene volk boven het andere te zetten. Verdeel en heers. Een construct wat wit boven Aziatisch boven zwart plaatst.
Ik ben wit geverfd
De wereld leren zien door de ogen van een witte moeder.
Maar mijn geraamte spreekt de taal van mijn vader, Bahasa, Indonesisch.
Ik ben dubbelbloed.
Aangepast om te overleven, gespleten door een handelsweg.
Zoals dit gebouw voel ik mij een bij elkaar gesprokkeld geheel van kennis, welvaart, verstopte verhalen, schaamte in het donker, overgeleverd aan dat wat de gemeente nodig heeft.
Inzetbaar voor iedere strijd.
Mijn diepste verhaal is uit mij geperforeerd.
Als gezichten uit een foto geknipt.
Mijn geraamte spreekt Bahasa, Indonesisch.
Ik ben verwelkomend naar ieder mens, maar eigenlijk spreek ik mijn eigen taal niet.


Credits

Ontwerp portretten: Judith Westerveld
Teksten: Jörgen Gario en Jeannie Zuiderwijk